First Things First First Things First Behandelmethodiek t.b.v. De methodiek die gericht is op de sociaal-emotionele problematiek en een verstandelijke beperking. De kern daarvan wordt bepaald door de verstoringen in de ik-ontwikkeling en emotieregulatie. Kinderen en jongeren met deze problematiek vertonen gedragsproblemen, worden over- of ondervraagd en ontwikkelen niet zelden psychiatrische stoornissen. De methodiek is opgebouwd met behulp van vier fasen en drie domeinen: - fase 1: gericht op opbouw van veiligheid en betrouwbaarheid - fase 2: gericht op verandering aan de hand van een persoonlijke sterkte-zwakte analyse - fase 3: gericht op stabilisering van bereikte werkdoelen - fase 4: gericht op transfer naar een passend woon- en werkperspectief. De drie domeinen, klimaat, relatie en systeem, krijgen in deze fasering een eigen invulling op basis van de ontwikkeling die de jongeren doormaken. De methodiek is individueel georiënteerd, nl. afgestemd op de specifieke vraagstelling. De kracht van de methodiek is de inzet op dat wat steeds als eerste nodig is: veiligheid en betrouwbaarheid van de situatie en van de relatie met begeleiding. Dat geldt steeds bij elke nieuwe situatie en bij elk nieuwe persoon. Dat betekent dat het handelen ruimte maakt voor: - tijd nemen, zonder druk te leggen op wat ‘moet’; - duidelijkheid bieden over wat concreet kan in het hier en nu, zonder de jongeren te overvallen met een veelheid aan regels; - in de relatie de persoon zijn die je bent en concreet zijn in wat je kunt en niet kunt; - bevestiging bieden in wat realistisch is; - versterken van de zelfoplossingskwaliteit van de jongeren; - psycho-educatie in de ontdekking van wie ze zijn en waar ze last van hebben; - ondersteunen in relatie tot eigen netwerk/gezin; De basis voor verandering wordt gelegd in de eerste fase: een duidelijke ervaring van een positieve en veilige levenssituatie. De ervaring heeft geleerd dat deze fase gemiddeld ongeveer 18 maanden duurt. Verandering, als vervolgfase, kan ingezet worden op basis van de samen met de jongeren opgestelde sterkte-zwakte analyse (AAIDD) en de van daaruit met de jongeren geformuleerde concrete wensen. Deze worden vervolgens samen omgezet in concrete werkdoelen. Belangrijk aandachtspunten daarbij zijn draagkracht en motivatie. Beiden zijn te versterken en structureel te ondersteunen. De te bereiken doelen worden in het tempo van de jongeren nagestreefd – we hebben geen haast! Het bereiken van doelen is geen indicatie voor een einde van de behandeling: er dient een periode van stabilisering ingezet te worden: kan de jongere dit over een langere tijd en met aangepaste ondersteuning volhouden. Pas daarna is het beter mogelijk om het perspectief en een vervolgssituatie te realiseren en een goede transfer op te zetten. De benodigde nazorg kan daarin worden verwerkt. Gedurende dit proces is een nauwe samenwerking noodzakelijk met het betrokken systeem rondom de jongere. Ouders en anderen beleven de behandeling als even intensief en hebben een eigen betrouwbaarheidservaring nodig om aan te sluiten bij de jongeren. De methodiek is gebaseerd op de theoretische uitgangspunten van verschillende hechtingstheorieën en ervaringen van behandelstrategieën bij m.n. persoonlijkheidsstoornissen